Terrarium
Voor het houden van kevers heb je uiteraard een terrarium nodig. Het is in wezen niet nodig, maar wel erg handig om een paar plastic bakken te hebben waar de larven in opgekweekt kunnen worden. Ik gebruik een groot terrarium van 80 cm lang, 40 cm breed en 80 cm hoog. Door de hoogte kunnen de kevers ook vliegen, wat het erg aantrekkelijk maakt om naar te kijken. De achterwand is van kurk, zodat de kevers er tegenaan kunnen klimmen. Op de bodem ligt ongeveer 10 cm substraat, voornamelijk gewone potaarde met een beetje fijngemalen eikenbladeren er door heen. Op die manier zijn de eitjes en jonge larven goed te vinden. Wil je de larven langer laten zitten in het substraat, zorg dat dat het substraat voornamelijk uit fijngemalen bladeren bestaat. Op het substraat moeten voldoende takken staan, zodat de kevers kunnen klimmen.

Licht
De meeste kwekers adviseren om 12 tot 15 uur licht per dag in het terrarium te laten schijnen. Nooit wordt echter vermeld wat er gebeurt als je de kevers minder lang (of langer) licht geeft. Ik zorg voor 14 uur licht per dag. Daarvoor gebruik ik twee normale lampen van 40W of 60W in een terrarium van 80x40x80. Dit is voldoende licht. Direct zonlicht is niet echt nodig en kan de temperatuur in het terrarium fors doen oplopen.

Temperatuur
De temperatuur in het terrarium moet tussen de 20°C en 30°C liggen. Bij een wat hogere temperatuur zijn de meeste keversoorten wat actiever en dat is dus leuker. Zoals al hierboven vermeld heb je genoeg warmte in je terrarium door een of twee normale lampen van maximaal 60W. Het is niet aan te bevelen om bijvoorbeeld warmtematten in je terrarium te leggen, omdat dan het substraat uitdroogt. De temperatuur mag ‘s nachts zakken tot ongeveer 15°C, wat een normale nachttemperatuur in huis is.

Substraat
De verschillende kwekers gebruiken verschillende “recepten” voor het maken van bodemsubstraat. Op de verschillende websites kan je de verschillen vinden. Er zou minimaal 10 cm substraat nodig zijn voor het afzetten van eitjes. Mijn ervaring is echter dat ook in veel minder substraat eitjes afgezet worden. De basiscomponenten van goed substraat voor het afzetten van eieren en het opkweken van larven is een combinatie van rotte bladeren en wit rot hout. Voor de bladeren worden hoofdzakelijk eiken- en beukenbladeren gebruikt, hoewel andere soorten ook wel gebruikt worden. Voor wit rot hout geldt dat er ook voornamelijk eiken- en beukenhout gebruikt wordt. De meeste soorten van de familie Cetoniidae hebben geen hout nodig, maar andere geslachten (bv Lucanidae) hebben dat absoluut nodig. Uit eigen ervaring is gebleken dat larven van Dicronorrhina derbyana wit rot hout in het substraat nodig hebben om te kunnen verpoppen. Voor wat grotere soorten wordt geadviseerd om eiwitten aan het substraat toe te voegen, voornamelijk bij latere stadia (L2 en L3) van de larven. Het gemakkelijkst is het om zijderupsenpoeder te gebruiken. Dat beschimmelt niet en is handig te doseren in het substraat. Ook worden wel kattenbrokken gebruikt als eiwitbron. Deze moeten op het substraat geplaatst worden en om de dag ververst worden, omdat ze gaan beschimmelen. Kattenbrokken trekken bovendien ook mijten aan.

Het substraat zorgt ervoor dat er vocht vastgehouden wordt. Zorg er voor dat het substraat licht vochtig is, maar niet kletsnat. Als het substraat te droog wordt drogen de eitjes uit en krijg je dus geen larven. Als het substraat grotendeels uit uitwerpselen gaan bestaan (als het lijkt of er meer aarde dan blad in zit), dan wordt het tijd om het substraat te verversen. Als je zoveel mogelijk larven wilt hebben moet je het substraat dan nog wel een aantal weken op een verwarmde plaats bewaren, zodat eitjes in het substraat kunnen uitkomen. Na die tijd kan je de kleine larven uit het substraat halen en in een bakje met beter substraat doen. De bladeren en het hout kan je uit het bos halen. Wel moet je er voor zorgen dat er geen dennennaalden in het substraat zitten. Deze zorgen voor een zure bodem en daar houden de larven niet van. Zorg er wel voor dat er geen pesticiden in het substraat zitten, want daar kunnen je larven uiteraard ook niet tegen. Eilegsubstraat is een zeer goede bodem voor kevers om eitjes in af te zetten en de eitjes te laten uitkomen.

Levenscyclus
De levenscyclus is:
ei => larve (L1 => L2 => L3) => pop => imago

Na ongeveer 2 weken na het uitkomen van de eitjes vervellen de larven van L1 in L2 en na 1 - 2 maanden in L3. Na 5 - 6 maanden veranderen de witte larven in romige gele larven, daarna bouwen ze cocons van het substraat. Na 2 - 3 maanden in cocon stadium komen ze uit de cocon en zijn het imago's. De jonge imago's zijn aanvankelijk zacht en kwetsbaar. Zodra het exoskeleton verhardt, verlaten de imago's de cocons. Als de imago's paren vermindert hun activiteit en reproductieve capaciteit. De totale tijd van ei tot imago is 7 - 12 maanden voor de hier vermelde soorten. Voor andere soorten kan de totale levenscyclus langer duren.

PaAb

Eitjes
De eitjes zijn wit met een doorsnede van 1 tot 4 mm, afhankelijk van de soort. Het is verstandig om eens in de maand te controleren op eitjes en larven en deze uit het substraat te halen. Eitjes kan je in een doosje met licht vochtig substraat doen en daarin laten uitkomen. Eenmaal uitgekomen kunnen de larven bij elkaar in een grote plastic voorraaddoos.

Larven
Als het substraat veel uitwerpselen bevat zullen er ook wel redelijk wat larven in zitten. Als je wilt dat de meeste larven het imago-stadium halen, dan is het verstandig om de larven in een vroeg stadium uit het substraat te halen en in een aparte bak verder op te kweken.

Bij een aantal soorten vermelden een aantal kwekers dat ze in een vroeg stadium al kannibalistisch zouden zijn, zodat de larven apart gezet moeten worden. Mijn ervaring is dat de soorten die ik hier op deze site aanbied niet kannibalistisch zijn. Volgens mij worden larven “kannibalistisch” (agressief met verwondingen en dus dood tot gevolg) als ze niet genoeg voer hebben. Zorg dus altijd voor een ruime hoeveelheid substraat voor de larven die je gezamenlijk in een bak doet. Als je begint met een nieuwe soort en niet genoeg larven hebt, zet ze dan voor de zekerheid apart. Het nadeel is dan echter wel weer dat dat meer onderhoud vergt. De larven kunnen in plastic voorraaddozen gehouden worden, die in elke huishoudzaak verkocht worden. De larven hebben geen behoefte aan licht en kunnen dus in het donker gehouden worden. Als de larven geel worden, betekent dat dat ze snel gaan verpoppen. Verstoor ze dan niet, want het maken van een cocon kost veel energie en het maken van een tweede cocon kan wellicht niet meer lukken, of de pop gaat dood.

Geslachtsonderscheid van larven
Bij de grotere soorten is in het L3 stadium goed te zien of een larve een vrouwtje of een mannetje is. Mannetjes hebben een zwart stipje op hun achterlijf, vrouwtjes hebben dat niet. Hieronder zie je het zwarte stipje bij een mannelijke larve.

ManMPC

Imago’s
Imago's eten voornamelijk fruit. Zo kan je plakjes banaan op een schoteltje leggen. Sommige kwekers strooien visvoer vlokken op de banaan of bieden zachte stukken van kattenvoer aan. De extra proteïne (eiwit) zou de levensduur van imago's en eiproductie licht kunnen verhogen. Om een plaag van fruitvliegen te voorkomen kan je ook gebruik maken van “beetle jelly”, dat in handige kuipjes zit. Het enige nadeel is dat dit niet overal verkrijgbaar is en zeker niet in kleine hoeveelheden. Ik vind het wel het prettigste voer voor imago’s.

Geslachtsonderscheid van imago's
Bij een aantal soorten is het onderscheid tussen mannetjes en vrouwtjes duidelijk: het mannetje heeft een hoorn op zijn kop zitten, het vrouwtje heeft een platte kop. Dit is het geval bij onder andere Dicronorhina, Eudicella en Mecynorhina. Bij andere soorten, zoals Pachnoda, is het moeilijker om het onderscheid te zien. Daarvoor moet je de onderkant van de kevers bekijken. Bij het mannetje loopt er een groef op de buik en het vrouwtje heeft die groef niet.

Kweekinfo grote soorten
Kweekinfo over de wat grotere soorten vind je hier.