Free counter and web stats

Eilegsubstraat:

Sinds een paar jaar heb ik eilegsubstraat. Dit is een gezeefd mengsel van blad en hout, maar doordat het zeer fijn is, houdt het vocht beter vast dan het mengsel van grof blad en hout dat doorgaans gebruikt wordt voor larven. Het houdt vocht net zo goed vast als potgrond, maar bevat in tegenstelling tot potgrond wel veel voedingsstoffen.

Het is dus uitermate geschikt om de eitjes te laten uitkomen, omdat het niet snel uitdroogt en veel voeding bevat voor net uitgekomen larven. Ik heb Pachnoda en Eudicella larven wel in dit mengsel laten opgroeien tot L3 fase, zonder problemen! Je hoeft dus ook niet bang te zijn dat de L1 larven te lang blijven zitten in het mengsel. Dat maakt het onderhoud dus ook weer iets gemakkelijker.

Eilegsubstraat

 

Zijderupsenpoeder:

Ook bied ik zijderupsenpoeder aan, na het zelf een jaar lang uitgeprobeerd te hebben in mijn kweken. Zelf gebruik ik het als goede eiwitbron (> 50% eiwit!) voor de larven. Voor een aantal soorten (o.a. Mecynorhina soorten) blijken de larven en de imago’s hierdoor groter te worden. Blijkbaar hebben ze extra eiwit nodig hiervoor. In de vrije natuur zullen ze ook wel natuurlijke eiwitbronnen (kadavers?) tegenkomen.

Sommige keverkwekers gebruiken kattebrokken of hondebrokken, die na een paar dagen gaan schimmelen en verwijderd moeten worden. Dat geeft dus veel meer onderhoud aan de larvenbakken. Met zijderupsen gaat het echter ook uitstekend en die beschimmelen niet, heb ik gemerkt. Hierdoor is zijderupsenpoeder gemakkelijker in het gebruik dan kattebrokken of hondebrokken.

Het zijderupsenpoeder kan gemakkelijk door het substraat verspreid kan worden. Wellicht wordt vocht zo ook sneller opgenomen en kunnen de larven het dus gemakkelijker eten. Je strooit het zijderupsenpoeder op de eerste substraatlaag en strooit ook weer substraat over het zijderupsenpoeder heen. Op die manier zitten de eiwitten echt in het substraat, waar de larven het vanzelf tegenkomen.

Zijderupsen gemalen